Skip to main content

De zwanenhals

Voor mij is een zwanenhals een prachtig voorwerp om op school een Wonderwel‑les mee te beginnen. 'Wat is dit voor ding? Wie weet hoe hij heet? Roep maar wat er in je opkomt'. Zodra de leerlingen het antwoord hebben gevonden, vraag ik waarom hij zo belangrijk is. Ik maak ze nieuwsgierig door te zeggen: 'Als de zwanenhals niet zou bestaan, zouden wij hier niet zitten.'

Het is zo’n mooie uitvinding: simpel én doeltreffend. Een zwanenhals is een waterslot, en dat principe kom je overal tegen in huis. Laat kinderen maar raden waar ze allemaal zitten. Ze ontdekken dat er bij elke afvoer eentje te vinden is: bij de kraan, de wc, de (af)wasmachine en de douche. Goed om ze eerst zelf te laten bedenken welk probleem die watersloten oplossen. Dan komt het besef dat het huis op allerlei plekken direct verbonden is met het riool.

Toen ik zelf ontdekte hoe een zwanenhals werkt, vond ik dat zo wonderwel bedacht. Hoe houd je anders de rioollucht buiten? Lucht wil nu eenmaal omhoog, ook als die stinkt. Deze uitvinding staat voor mij symbool voor hoe slim mensen met hun omgeving omgaan. En ik heb veel respect gekregen voor de loodgieters die al die watersloten aanleggen.

Een loodgieter vertelde me eens dat een advocaat zijn rekening te hoog vond. De loodgieter zei: 'Ik vraag u precies dezelfde uurprijs als u aan uw klanten vraagt.' Ik had graag het gezicht van die advocaat gezien. De loodgieter had natuurlijk groot gelijk.